vul in: d of t

hout  

rond  

paard  

maat  

maand  

wereld  

bord  

tijd  

krijt  

bed  

wind  

rijst  

zand  

fruit  

hoed  

inkt  

geld  

krant  

boot  

brood  

En nu in een zin

Bij het gevecht verloor Jonas een tand   .

Ik lees elke dag de krant   .

Marlies haalt haar paard   uit het hok.

De band   van mijn fiets is stuk.

Lust jij ook graag worst   .

Er ligt een ei in het vogelnest   .

De leraar haalt een landkaart   tevoorschijn.

Heb jij het reglement   gelezen?

Mijn beste vriend   heet Jan.

Een olifant   heeft een lange slurf.