vul in: d of t

herfst  

rest  

wind  

hond  

hoed  

brood  

olifant  

veld  

krant  

inkt  

hoofd  

rijst  

blad  

geluid  

blind  

klant  

paard  

tijd  

land  

vriend  

En nu in een zin

De band   van mijn fiets is stuk.

Brussel is onze hoofdstad   .

Heb jij het reglement   gelezen?

Bij het gevecht verloor Jonas een tand   .

Een olifant   heeft een lange slurf.

Er ligt een ei in het vogelnest   .

Onze juf tekent op het bord   .

Marlies haalt haar paard   uit het hok.

Het was niet mijn schuld   dat ik te laat   in de les was

Lust jij ook graag worst   .