vul in: d of t

krant  

hond  

kind  

paard  

goed  

mand  

hoed  

nooit  

olifant  

rest  

hoofd  

land  

hout  

klant  

fruit  

boot  

geluid  

bord  

brood  

band  

En nu in een zin

Het was niet mijn schuld   dat ik te laat   in de les was

Marlies haalt haar paard   uit het hok.

Het sportveld   ligt naast mijn huis.

De band   van mijn fiets is stuk.

Mijn beste vriend   heet Jan.

Ik lees elke dag de krant   .

doe het licht   eens aan.

Onze juf tekent op het bord   .

Bij het gevecht verloor Jonas een tand   .

Papa geeft de plant   te weinig water