vul in: d of t

hoofd  

liefst  

rond  

kind  

land  

maat  

rijst  

paard  

tocht  

rest  

herfst  

hond  

blad  

kwijt  

goed  

band  

klant  

maand  

blind  

krant  

En nu in een zin

De leraar haalt een landkaart   tevoorschijn.

Het was niet mijn schuld   dat ik te laat   in de les was

Ze tennissen op het tennisveld   .

doe het licht   eens aan.

Papa geeft de plant   te weinig water

Heb jij het reglement   gelezen?

Brussel is onze hoofdstad   .

Lust jij ook graag worst   .

Onze juf tekent op het bord   .

Er ligt een ei in het vogelnest   .