vul in: d of t

boot  

land  

mand  

fruit  

paard  

geld  

brood  

hond  

blad  

markt  

kwijt  

wind  

vriend  

bord  

herfst  

kind  

fluit  

maat  

hoed  

bed  

En nu in een zin

Marlies haalt haar paard   uit het hok.

Onze juf tekent op het bord   .

Er ligt een ei in het vogelnest   .

Het sportveld   ligt naast mijn huis.

Ik lees elke dag de krant   .

Heb jij het reglement   gelezen?

Het was niet mijn schuld   dat ik te laat   in de les was

Een olifant   heeft een lange slurf.

Papa geeft de plant   te weinig water

Mijn beste vriend   heet Jan.