vul in: d, t of dt

Het water wordt heel heet.

Wie raadt het juiste antwoord   ?

Er wordt al jaren aan deze kerk gewerkt.

De meester belooft   geen huiswerk te geven.

Hij leidt een succesvol bedrijf.

Weet jij waar papa heen rijdt ?

Bind   je kleine broer zijn veters eens!

Wat is er gisteren precies gebeurd   .

Mijn oma bidt drie keer per dag.

Wat gebeurt   er op straat?

Iedereen verheugt   zich nu al op de vakantie.

Hij verspert   ons de weg.

Schud   jij de kaarten even?

Het vliegtuig landt binnen tien minuten.

Wat vind   jij daar nu van?