vul in: d, t of dt

Vind   jij ook dat we veel geluk hadden?

Wat is er gisteren precies gebeurd   .

Wat gebeurt   er op straat?

Het vliegtuig landt binnen tien minuten.

Weet jij waar papa heen rijdt ?

Er wordt al jaren aan deze kerk gewerkt.

De film werd op een eiland gedraaid   .

Wat vind   jij daar nu van?

Wie raadt het juiste antwoord   ?

Schud   jij de kaarten even?

Wendt u zich maar tot de manager.

In onze straat bevindt zich geen bushalte.

Verstond   je de vraag niet?

Hij verbindt de twee uiteinden aan elkaar.

De chauffeur laadt de koffers in.