vul in: d, t of dt

Weet jij waar papa heen rijdt ?

Bind   je kleine broer zijn veters eens!

Er wordt al jaren aan deze kerk gewerkt.

Hij verspert   ons de weg.

Bindt je kleine broer zijn veters al zelf?

Wat vind   jij daar nu van?

Verstond   je de vraag niet?

Wendt u zich maar tot de manager.

Vind   jij ook dat we veel geluk hadden?

Wat is er gisteren precies gebeurd   .

De meester belooft   geen huiswerk te geven.

Hij verbindt de twee uiteinden aan elkaar.

Het water wordt heel heet.

De chauffeur laadt de koffers in.

Iedereen verheugt   zich nu al op de vakantie.